vrijdag 5 juni 2009

Me broer de schrijver


Ik heb een broer. OK, ik heb vier broers, maar dit is mijn meest broerige broer. Ik zie hem het vaakst van mijn broers, hij weet het meest over mij, geeft me gevraagd en ongevraagd advies en als ik geluk heb, neemt hij me mee naar een lekker restaurant. Zo'n broer dus.


Deze broer heeft een tijdje geleden bedacht dat hij schrijver wil worden. En omdat mijn broer mijn broer is, gaat dat vergezeld van een gedegen businessplan, goede marketing, een enorme overdosis energie en enthousiasme en een blog: http://schrijverworden.blogspot.com/.


Dat blog laat me een aantal eigenschappen van mijn broer zien die ik eigenlijk niet ken. Waarvan ik het bestaan wel vermoedde, maar die ik nooit zelf heb gezien. En nu laat hij die open en bloot, zomaar, onverbloemd in zijn blog aan iedereen die het wil, lezen: zijn Mannelijke Kant. Zijn bierdrinkende, vrouwonvriendelijke, grofgebekte, constant aan sex denkende, kortom zijn kerel-die-wel-eens-een-biertje-tussen-de-wijntjes-door-wil kant.


Ik moet daar natuurlijk een beetje aan wennen. Mijn aardige, vriendelijke, meestal correcte broer die opeens praat over Miljoenenvrouwen en neuken met de buurvrouw. Maar het leuke is, hij ook! Als hij in zijn blog dan weer met de buurvrouw heeft (willen) liggen rollebollen, komt er in een voetnoot bij dat hij dat natuurlijk nooit zou doen, beste mensen. En dan lig ik in een deuk én heradem ik. Dat is mijn broertje weer, zo ken ik hem en houd ik van hem.


Maar... terwijl ik dit schrijf denk ik, nee, niet goed. Een schrijver moet geen remmingen hebben in wat hij schrijft. Schrijven is een eenzaam vak. En niet alleen vanwege de solistische handeling van het schrijven. Mensen zijn bang van psychiaters en schrijvers. En een goede psychiater of schrijver heeft daar schijt aan.

maandag 1 juni 2009

Wanneer ben je te oud voor sex?

Toen ik 20 was, dacht ik dat mensen over de 40 toch echt niet meer aan sex zouden doen, laat staan erover denken. Getver. Nu ben ik 47 en weet ik het eigenlijk niet. Houdt het ooit op, of zijn die verhalen uit bejaardenhuizen dan misschien toch niet overdreven...

Goed, de wandelclub. Je moet weten, de gemiddelde leeftijd in mijn wandelclub is respectabel, laat ik zeggen dat ik hem met mijn 47 lentes aardig omlaag haal. Wat zeg ik, Erik haalt hem met 62 al omlaag! Nu is er in deze club een oude Vos, die het houdt met een weduwe, waarbij de complicerende factor is dat de oude Vos getrouwd is met een andere dame. Alle betrokkenen zijn rijk gezegend met kleinkinderen en grijze haren, artrose, regelmatig dokterbezoek en een leesbril.


De hele wandelclub is inmiddels officieus op de hoogte van de liaison, de fotograaf haalt al 3 maanden de foto's waar beiden op staan uit de compilatie en iedereen doet of zijn neus bloedt. En ik, recht-door-zeëe, kort-door-de-bochte Hollandse ik, ik heb daar dus moeite mee. Ik moet zeggen dat het Erik ook niet lekker zit, maar de overige clubgenoten zitten er niet echt mee. Als mevrouw Vos het maar niet te weten komt, is er verder niets aan de hand. Typisch Frans?


De weduwe gaat inmiddels eerder naar huis als ze bij haar vriendin op visite is. Ze kijkt steeds op haar horloge, ze is zenuwachtig, want Vos komt bij haar thuis en dan moet ze wèl thuis zijn. Ze wordt steeds minder vrolijk en steeds stiller. Komt ook vaker niet wandelen, terwijl ze vroeger bijna altijd meeliep. Vos wordt daarentegen steeds jovialer, draagt nu rose en knaloranje wandel-T-shirts (à la strak om het lijf) en zo'n blitse glimmende zonnenbril...


De moraal van dit korte verhaaltje: voor domheid, leipheid en sex is geen leeftijdsgrens.