maandag 12 oktober 2009

To die with a T

"To diet is to die with a T" heeft de grote filosoof Garfield ooit gezegd. Garfield is, net als ik, in een oneindig gevecht gewikkeld met kilo's die we met veel moeite kwijtraken en die ons vervolgens weer moeiteloos terug vinden. Zoals water naar het badputje loopt, geld naar de rijken, een rivier naar de zee, kinderen naar de snoeptrommel. Het vet vindt altijd weer zijn weg terug naar mij.

Maar niet dit keer! Het gaat me lukken. Ik weet dat ik dat elke keer zeg als ik gemotiveerd de eerste kilo's kwijt ben en ik weet ook dat ik altijd weer het gezellige maar oh zo ongezonde dikkerdje werd van weleer. Maar dit keer ga ik zegevieren! Ik voel het gewoon. Aan me water, je kent dat wel (toch?).




vrijdag 18 september 2009

Het kastekort van Geert Wilders...


Belasting op petjes, IQ-dempertaks.
Belasting op sandalen, ban-de-bomtaks.
Belasting op rollators, trottoir-blokkadetaks.
Belasting op baby's, geluidsoverlasttaks, poeptaks, luiertaks.
Belasting op uien, stinktaks.
Belasting op tekkels en taxhondjes, tekkeltaxtaks.
Belasting op hoofddoekjes, kopvoddentaks.
Belasting op gevaarlijke domme opmerkingen, Geertje-Wilders-stakkertaks.









maandag 14 september 2009

Pizzaatje, monsieur ?

Gisteren pizzaatje gehaald. We hadden de middag doorgebracht met bramen plukken (2,7 kilo, dank je wel Erik, Josefa en Chris) en wilden eigenlijk gaan eten op de Col de l'Ouillat. Maar, eerste ergernis van die middag, ik had niet aan de baas gevraagd of we om 17H nog wat konden eten, maar aan de juffrouw van de bediening. En die zei nee. En de baas zegt altijd ja, want die wil altijd wel een centje verdienen. Dus geen eten. En toen werd Erik boos omdat ik het aan de baas had moeten vragen. Maar dat wilde ik niet meer omdat ik dat stom vond. Omdat het meisje al nee gezegd had. Heeft u het beeld?

Goed, wij dus naar beneden, de berg af. Dan zouden we maar pizza gaan halen. Dat was een supergoed idee, want we hadden een volle spaarkaart van de pizzeria (je blijft toch altijd een Hollandse zegeltjesplakker...). Vooral Erik verheugde zich al op de gratis pizza. Dus ik bestelde een Megalolo (die is extra lekker groot) voor ons vieren. We kwamen met zijn tweetjes aan bij de pizzeria, de juffrouw gaf ons de lekker grote pizzadoos en trok het bonnenkaartje uit Eriks handen. "Oh nee, dat kan niet, dat is voor een Grandlolo en niet voor een Megalolo". Kaartje weg, nieuw kaartje met een stempeltje erop, waar ze "un pizza gratuit" op de achterkant schreef. "Jamaar, jamaar..." zei Erik in zijn beste Frans. Juffrouw in rap "ik ben een drukke pizzabakster en heb geen tijd voor toeristen die niets snappen"-uitleg dat hij de volgende keer zijn gratis pizza krijgt. Ik trek een sputterende naar Franse woorden zoekende Erik de pizzatent uit en we lopen naar de auto. "En toch klopt het niet", zegt mijn liefje. "Waarom krijgen we het kaartje niet terug, en zo'n stomme krabbel achterop, die kunnen wij er toch ook op zetten. Die gratis pizza krijgen we nooit".

Ik beloof hem om de volgende keer de (hopelijk gratis) pizza te halen.

donderdag 10 september 2009

De laatste loodjes...

Nog twee weken en de camping gaat dicht. Dat is al gauw, nog maar 16 nachtjes slapen, nog maar 3x mijn uniform wassen (en vervolgens weggooien!), nog 8x de sleutels met Hedwig wisselen en nog 2 vrije dagen. En dan zit het er weer op voor dit jaar.

Het publiek op de camping is ook anders dan in het hoogseizoen. Aardige oudere echtparen (mijn dochter werkt ook in een hotel...), jonge ouders met kleine kinderen en de habitués (nee, we hoeven echt geen chocolaatjes meer!). Best gezellig, maar we hebben het nu wel zo'n beetje gehad.
Straks weer lekker veel wandelen, huis schilderen, lekker koken. En als er mensen langs komen, kan ik er ook weer eens een tochtje mee maken. Ik verheug me erop!

zondag 23 augustus 2009

Circus in Eindhoven, zomer 1972

Toen ik ongeveer 10 jaar was, gingen we naar het circus. Gewoon in Eindhoven, tijdens de zomervakantie. Daar zag ik voor het eerst een gitzwart kind. Het meisje dat naast mij zat, was zo blauw-zwart dat ik ervan overtuigd was dat ze zou afgeven. Heel zachtjes legde ik mijn knie tegen de hare en boog hem toen weer terug en... geen zwarte vlek. Geen witte op haar been ook trouwens.

Enfin, in dat circus vroeg de clown of een paar sterke kinderen hem wilden helpen. Ik was sterk, of in ieder geval was ik dat tot mijn broertjes groter waren dan ik. Dus ik stak mijn vinger op. Samen met een jongetje uit het publiek gingen we een wedstrijdje doen, met de clown (hoe naïef kun je zijn als je 10 bent). Eerst moesten we getest worden op sterkte. Toen vroeg de clown of ik honger had. Ook toen was ik al een bolletje en natuurlijk had ik honger. Misschien kreeg ik wel zo'n oliebol die ze buiten verkochten. Nee, het was een droge beschuit. En die moest ik zo snel mogelijk opeten en vervolgens had degene die als eerste floot, gewonnen. Daarna moesten we een ballon oppompen door snel op en neer op een pomp te gaan zitten die op een stoel lag. Lachen joh (voor het publiek, ik had het toen al wel gezien).

Toen ik het circus uit kwam, kwam ik de clown weer tegen. Hee, het meisje dat mij zo goed geholpen heeft, kom jij eens hier. En toen veegde hij met zijn ongeschoren wangen de schmink van zijn gezicht op het mijne. "Ga jij maar even naar de sigarettenboer om de hoek en koop een pakje sigaretten voor me. Nee, geld hoeft niet, zeg maar dat het voor de clown is".

Ja doei!

woensdag 12 augustus 2009

Téléphoner à la française...

Een Nederlander die belt, dat gaat als volgt:
Goeiedag, hebben jullie nog plaats op de camping voor vanavond? Nee? OK, bedankt.

Een Fransman die belt:
Oui bonsoir, madame. Voilà, je me présente, je suis madame Dupont. Excusez-moi de vous déranger, mais je prends la liberté de vous poser une petite question. (Afwachtende stilte... ik zeg dan "Oui"). Alors est-ce que par hasard vous avez encore des disponibilités sur votre camping pour une toile de tente et une famille de 5 personnes? Ik zeg dan "Non". Ah, ce n'est pas grave madame, merci pour votre gentillesse...






Avez-vous encore une place?

Elke 2 minuten komt er iemand wanhopig vragen of we nog plaats hebben op de camping. En naarmate de dag vordert, steeds wanhopiger. Hebben we niet een heel klein plekje? Voor één nacht? Een half plekje, dubbel geld? Non, no, nee, nein, njet... In het begin van de dag zeg ik dat Les Cèdres nog wel plaats heeft, dat is een 2-sterren camping zonder zwembad en zonder muziek 's avonds. "Oh nee-nee, we willen een camping met een zwembad, dank u wel". En vanaf 1 uur 's middags is Les Cèdres natuurlijk ook bommetjevol (die zijn namelijk maar 2 maanden per jaar open en proppen zelf tenten tussen de toilethokken). Aan het eind van de dag gaan de families niet meer langs de campings, maar bellen ze op. Neenee, njetnjet...

Gezinnen met kinderen, camping car of tent. En dan heb je om 8 uur 's avonds nog geen plekje. Wie mij kent (jullie allemaal) kent mijn politieke kleur en zal begrijpen dat ik moeite heb met het wegsturen van reizigers in nood. Soms heb ik zelfs de neiging ze mee naar huis te nemen.

Nog anderhalve week en dan is dit circus weer ten einde, godzijdank. Ik krijg inmiddels spierpijn in mijn kaken van het verontschuldigend lachen. Nog 10 nachtjes slapen en dan vertrekken al die gekken weer naar hun eigen habitat. En kan ik weer rustig een boek lezen zo nu en dan achter mijn receptie.